top of page

Zoekresultaten

57 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Verband tussen macht logaritme en n-de wortel

    In deze post kijken naar het verband tussen macht logaritme en n-de wortel

  • Product van twee getallen gelijk aan - 1

    Bij veel wiskundige problemen moet je soms twee getallen vermenigvuldigen waar het product gelijk is aan -1. De manier om dit op te lossen is om het getal om te keren en dan van teken te veranderen

  • Negatief of positief getal na een vermenigvuldiging

    Als je een aantal (positieve en/of negatieve) getallen vermenigvuldigt, kun je soms veel min tekens vinden in je formule. Als voorbeeld deze vermenigvuldiging Je merkt hier inderdaad veel min tekens en je vraagt je af hoe je hier aan moet beginnen. Dan raad ik je aan om eerst na te gaan of het resultaat een positief of negatief getal is, zodat je verlost wordt van al de min tekens. Daarvoor gebruiken we de volgende regel; Bij een oneven aantal min tekens (dus 1, 3, 5, 7 enzovoort) is het resultaat een negatief getal. Bij een even aantal min tekens (dus 2, 4, 6, 8 enzovoort) is het resultaat een positief getal Een andere manier om dit te onthouden is volgend tabel Bewerking Resultaat +.+ + +.- - -.+ - -.- + In het voorbeeld hierboven tel je in totaal 5 keer een min teken, en daar 5 een oneven getal is is het resultaat dus een negatief getal. Dat duid je dan aan door een min teken voor de vermenigvuldiging te plaatsen. Dus kunnen de vermenigvuldiging herschrijven als Dus je ziet dat we nog maar 1 min teken overhouden, die aanduidt dat het een negatief getal is, en de vermenigvuldiging die overblijft is een vermenigvuldiging met alleen maar positieve getallen. Een ander voorbeeld In dit voorbeeld tel je nu in totaal 4 keer een min teken, en omdat 4 een even getal is is dus dus resultaat een positief getal. Dan kun je de vermenigvuldiging herschrijven zonder min teken. Dus kunnen de vermenigvuldiging herschrijven als Dus je ziet dat we nu een positief getal hebben, en ook hier is de vermenigvuldiging die overblijft een vermenigvuldiging met alleen maar positieve getallen.

  • Optellen van grotere getallen

    In deze blog geeft ik een snelle manier om grote getallen met elkaar op te tellen Als voorbeeld gebruiken we We gaan eerst kijken hoeveel je nodig hebt om van 78 naar 100 te gaan. Daarvoor berekenen we 100 – 78 en dat is gelijk aan 22 . Dus als we bij 78 dan 22 optellen , hebben we 100. Van de 34 die we gaan optellen bij 78 hebben we reeds 22 gebruikt, dus er blijven nog 34 – 22 over. Als je dat uitrekent (34 – 22) krijg je 12 . Die 12 tellen we dan op bij 100 en dan krijg je 100 + 12 = 112 Dus Een ander voorbeeld In dit geval nemen we 200 af van 258 en blijft er 58 over. Bij 389 nemen we 300 af en blijft er 89 over. Als we dan 200 en 300 optellen krijg je reeds 500. Daarna moeten we optellen wat er overblijft nl 58 en 89. Hier starten we met 89, omdat dat getal dichter bij 100 ligt dan 56. Je hebt 11 nodig om naar 100 te gaan (11 = 100-89), en er blijft dan 58 – 11 = 47 over . Dat betekent dus 58 + 89 = 147 En dan krijg je

  • Veel voorkomende n-de wortels

    Een n-de wortel van een getal wordt gedefinieerd als Zo is Het is handig om de meest gebruikte n-de wortels in een tabel op te schrijven, zodat je ze zo in je hersenen krijgt. Hoe dat beslis je zelf (lezen, overschrijven , kijken.. ) Een heel belangrijke opmerking over negatieve getallen: Bedankt om deze blog te lezen en tot de volgende post over tips en tricks over wiskunde

  • Veel voorkomende logaritmen van een getal

    Een logaritme van een getal wordt gedefinieerd als Zo is Het is handig om de meest gebruikte logaritmen in een tabel op te schrijven, zodat je ze zo in je hersenen krijgt. Hoe dat beslis je zelf (lezen, overschrijven , kijken.. ) bedankt om deze blogpost te lezen en tot de volgende post met meer wiskunde tips en tricks

  • Veel voorkomende machten van getallen

    Een macht van een getal wordt voorgesteld als En betekent dan Zo is Een veel gemaakte fout is om uit te rekenen, maar dat is verkeerd. Je moet de getallen met elkaar vermenigvuldigen, niet met elkaar optellen. In die reden is het handig om de meest gebruikte machten in een tabel op te schrijven, zodat je ze zo in je hersenen krijgt. Hoe dat beslis je zelf (lezen, overschrijven , kijken.. ) Hieruit kun je bijvoorbeeld afleiden dat Bedankt om deze blogpost te lezen en tot de volgende post met meer wiskunde tricks en tips

  • Schaakbord met geld op elk vakje

    Op een schaakbord zijn 64 vakjes. Je krijgt twee mogelijkheden: Bij de eerst mogelijkheid krijg je 1000 euro in het eerste vakjes, dan 2000 euro in het tweede , 3000 in het derde en zo voort tot 64000 in het laatste vakje. Bij de tweede mogelijkheid krijg je 1 eurocent in het eerste vak, 2 eurocent in het tweede vak en zo telkens het dubbele in het volgende vakje (dus 4 eurocent in het 3de vakje, 8 eurocent in het 4de vakje enzovoort tot aan het 64ste vakje) Welke mogelijkheid zou je je kiezen ? We gaan beide mogelijkheden onderzoeken . Bij mogelijkheid 1 heb je 1000 + 2000 + 3000 + 4000 + …. + 62000 + 63000 + 64000 euro Dit kun je ook schrijven als 1000*(1 + 2 + 3 + 4 + ….. + 62 + 63 + 64 ) Voor meer informatie hoe je snel deze getallen kunt optellen verwijs ik naar deze blogpost https://www.jozefaertswiskunde.be/post/snel-getallen-optellen-van-1-tot-100 Uit de blogpost kun je afleiden dat je dan krijgt 1000 (64+1)32 = 2.080.000 euro Bij mogelijkheid 2 heb je bij elke stap een verdubbeling . Daarvoor verwijs ik je naar deze blogpost https://www.jozefaertswiskunde.be/post/opvouwen-van-een-krant-tot-aan-de-maan-of-zelfs-buiten-het-heelal Uit de blogpost kun je afleiden dat na 10 vakjes je 1000 keer zo veel geld hebt Dus vakje 1 = 0,01 euro , vakje 10 = 1000*0,01 = 10 euro , vakje 20 = 1000*10 euro = 2000 Euro In tabel ziet het er zo uit Vakje Mogelijkheid 1 Mogelijkheid 2 1 1000 0,01 10 10000 10 20 20000 10000 = 10^4 30 30000 10000000 = 10^7 40 40000 10000000000=10^10 50 50000 10^13 60 60000 10^16 64 64000 16.10^16 SOM 2080000 Euro 184.467.440.737.095.516 Euro Dit laatste bedrag is een enorm groot bedrag, meer dan er nu bestaat in deze wereld. De schuld van de USA is 38 Triljoen USD en dat is 38.000.000.000.000 euro Dan 184.467.440.737.095.516 / 38.000.000.000.000 = 4854, 40 … dus je hebt dan 4854 keer de enorme schuld van de USA. Dit verhaal is reeds gekend gedurende vele eeuwen. Maar in vroegere verhalen werd er met rijst gerekend, zoals je kan zien op de foto bovenaan. Bedankt om deze blogpost te lezen en tot een volgende post met wiskunde tips en tricks

  • Snel optellen van breuken (bij tellers gelijk aan 1)

    Als je breuken optelt, gebruik je meestal de volgende regel Eerst zoeken we de gemeenschappelijke noemer 3 * 4 = 12 Daarna vermenigvuldig je de teller van de eerste breuk met de noemer van de tweede breuk 2 * 4 = 8 De eerste breuk wordt dan En vervolgens vermenigvuldig je de teller van de tweede breuk met de noemer van de eerste breuk 3 * 3 = 9 De tweede breuk wordt dan En dan krijg je, na optelling van de tellers In sommige gevallen zijn er snellere methodes om breuken op te tellen, namelijk als de twee tellers beide de waarde 1 hebben Als voorbeeld Je merkt dus dat in de eerste breuk en in de tweede breuk telkens de teller gelijk is aan 1. In dit geval bestaat er een snellere en kortere manier om de som te berekenen. We berekenen daarvoor eerst het product van de noemers = 3 * 4 = 12. Dit getal wordt later de noemer van de som Daarna bereken we de som van de breuken = 3 + 4 = 7. Dit getal wordt later de teller van de som. Het antwoord is dan Dus = Ander voorbeeld Product noemers = 6 * 5 = 30 , som noemers = 6 + 5 = 11 , dus Zo ook Bedankt om deze blog te lezen. En tot de volgende keer voor nog meer wiskunde tips en tricks Snel optellen van breuken (bij tellers gelijk aan 1) Als je breuken optelt, gebruik je meestal de volgende regel = Eerst zoeken we de gemeenschappelijke noemer 3 * 4 = 12 Daarna vermenigvuldig je de teller van de eerste breuk met de noemer van de tweede breuk 2 * 4 = 8 De eerste breuk wordt dan En vervolgens vermenigvuldig je de teller van de tweede breuk met de noemer van de eerste breuk 3 * 3 = 9 De tweede breuk wordt dan En dan krijg je, na optelling van de tellers = = In sommige gevallen zijn er sneller methodes om breuken op te tellen, namelijk als de twee tellers beide de waarde 1 hebben In dit geval : product van de noemers = 3 * 4 = 12 , som van de breuken = 3 + 4 = 7 Het antwoord is dan Dus = Ander voorbeeld = Product noemers = 6 * 5 = 30 , som noemers = 6 + 5 = 11 , dus Zo ook of =

  • Snel getallen optellen van 1 tot 100

    Getallen van 1 tot 100 optellen: Somformule van Gauss Volgens de overlevering zou de beroemde Duitse wiskundige uit de 19de eeuw Carl Friedrich Gauss (mijn grote favoriet uit de wiskundige wereld) op 5 jarige leeftijd dit reeds gekund hebben. Diens leraar op de basisschool zou zijn leerlingen een tijdje bezig willen hebben houden door hen de gehele getallen van 1 tot en met 100 te laten optellen. Dus de bedoeling was om 1 + 2 + 3 + 4 +….. + 99 + 100 te berekenen. Normaal duurt dat een tijdje, zeker in die tijd zonder rekenmachines. Maar de jonge Gauss zou het juiste antwoord echter binnen een paar seconden hebben gegeven, namelijk dat de som van die getallen is 5050. De methode die Gauss reeds op 5 jaar zelf kon gebruiken, maar die reeds langer bekend was, heet daarom nu de Somformule van Gauss. We gaan nu zelf proberen deze getallen te berekenen en zo ook deze Somformule afleiden. Dus we gaan optellen : 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + ………… + 96 + 97 + 98 + 99 + 100 Dan merk je (als je goed kijkt) dat het eerste getal (1) plus het laatste getal (100) gelijk is aan 1 + 100 = 101. Het tweede getal (2) plus het voorlaatste getal (99) is gelijk aan 2 + 99 = 101, dus ook 101. Zo ook voor derde getal(3) plus derde laatste getal (98) is ook gelijk aan 101 = 3 + 98 Dus je merkt dat al deze combinaties gelijk zullen zijn aan 101 . Reken maar uit als je niet zeker bent (als voorbeeld 4 + 97 = 5 + 96 = 6 + 95 enzovoort) En in totaal heb je dab (als je eventjes doorrekent) in totaal 50 combinaties ( van 1 +100 tot 50+51). En de totale som is dan 101 + 101 + …. + 101 (50 keer optellen), wat gelijk is aan = 50 * 101 = 5050 Dus 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + ………… + 96 + 97 + 98 + 99 + 100 = 5050 We gaan nu zelf proberen hier zelf een formule uit te halen ( namelijk de bekende Somformule van Gauss) De som was 5050 = 101 * 50. Waar komen die getallen 101 en 50 vandaan ? Het getal 101 is gelijk aan 1 + 100 of het eerste getal(1) + laatste getal(100) = 1 + 100 = 101 Het getal 50 is gelijk aan 100/2 of het laatste getal / 2 = 100 /2 = 50 En dan krijg je als formule : Som = 5050 = 101*50 = ( eerste getal + laatste getal ) * laatste getal / 2 = ( 1+100 ) * 100/2 = 101 * 100/2 = 101 * 50 = 5050 Een ander voorbeeld Wat is som van de getallen van 1 tot 10 ? dus 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + 6 + 7 + 8 + 9 + 10 ? We gebruiken dezelfde regels = Eerste getal = 1 , laatste getal = 10 dus eerste getal + laatste getal = 1 + 10 = 11 Laatste getal / 2 = 10/2 = 5 Dan Som = ( eerste getal + laatste getal ) * laatste getal / 2 = (1+10) 10/2 = 11 10/2 = 11 * 5 = 55 Dus 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + 6 + 7 + 8 + 9 + 10 = 55 (reken maar eventjes uit ter controle) Nu om te eindigen gaan we zelf de Somformule van Gauss opstellen voor een willekeurig aantal getallen: We zoeken de som van de n eerste gehele getallen : 1 + 2 + 3 + …….. + n We berekenen eerst : Eerste getal + laatste getal = 1 + n Laatste getal/2 = n/2 Dus som van n eerste getallen = (eerste getal + laatste getal) * laatste getal / 2 = Som van n eerste getallen = ( 1 + n) * n/2 Als voorbeeld van het gebruik van de Somformule van Gauss: wat is de som van de eerste 300 getallen ? 1 + 2 + 3 + 4 + ……. + 298 + 299 + 300 Hier eerste getal = 1 , laatste getal = 300 , dus we hebben 1 + 300 = 301 Laatste getal / 2 = 300 / 2 = 150 Dus som =( 1 + n ) * n/2 = ( 1+ 300 )*300/2 = 301 * 150 = 45150 dus 1 + 2 + 3 + 4 + ……. + 298 + 299 + 300 = 45150 ( ter controle: je mag het ook eens narekenen : 1 + 2 + 3 + ….. 299 + 300 = ??? ) Als je hier bent geraakt: bedankt om dit verhaal te lezen. Als je volgende vraag kunt oplossen, kun je eenmalig een PDF boek aankopen met 50% korting op mijn website. Dit doe je door de Code ‘GAUSS XXXX’ te gebruiken, waar XXXX de oplossing is van volgende vraag: Wat is de som van de eerste 140 getallen : dus 1 + 2 + 3 + 4 + ……. + 138 + 139 + 140 = XXXX Als je antwoord zou zijn : 2345 , dan is de code GAUSS 2345 Veel plezier en tot een volgende keer voor meer wiskunde hints en tricks.

  • Wiskunde oefeningen voor iedereen, ook (en zeker) voor de zwakkere leerlingen.

    De gebruikte wiskunde handboeken in de scholen zijn voornamelijk ontworpen voor leerkrachten en niet zozeer voor de leerlingen. Er wordt geen of weinig rekening mee gehouden dat niet iedereen talent heeft voor wiskunde. Als gevolg daarvan zijn in deze handboeken de gebruikte voorbeelden dikwijls veel te complex voor heel veel leerlingen. Ook zijn er in deze handboeken veel te weinig basisoefeningen beschikbaar, zeker voor de zwakke leerlingen. Bovendien is het meestal erg lastig om de antwoorden te vinden van de oefening. Om kort te zijn: er wordt weinig of geen rekening gehouden met zwakkere leerlingen, die dikwijls de meerderheid vormen. Mijn oefenboeken hebben deze nadelen niet. Mijn oefeningen lopen stapsgewijs op van basis naar uitgebreid, in de bijgevoegde video’s worden de oefening uitgelegd met een eenvoudig voorbeeld, dat voor iedereen verstaanbaar is. En de oplossingen en uitwerkingen van alle oefeningen zijn onmiddellijk beschikbaar. Hier een voorbeeld uit mijn oefenboeken, met als onderwerp bewerkingen met breuken. Eerst vind je voldoende basisoefeningen (hier voor optellen) En op het einde van het hoofdstuk, nadat elke soort bewerking is uitgelegd met basisoefeningen, een aantal gemengde en uitgebreide oefeningen. Als ander voorbeeld: in een handboek wiskunde is dit de eerste oefening op een eerste graadsfunctie: Voor het huren van een lokaal wordt 10 euro gevraagd en voor een frisdrank moet je 1,5 euro betalen. Als je 80 deelnemers hebt en ieder neemt een frisdrank, hoeveel moet je dan in totaal betalen? Dit is dus de eerste oefening bij eerste graadsfunctie. Geloof mij, in de meeste klassen zullen de meeste leerlingen zuchten en zeggen: ik snap er niets van! waarom is wiskunde toch zo moeilijk? Als je deze oefening zo zou opstellen (zoals dat zou voorkomen in mijn oefenboeken) Voor het huren van een lokaal wordt 10 euro gevraagd en voor een frisdrank moet je 1 euro betalen. Als je 10 deelnemers hebt en ieder neemt een frisdrank, hoeveel moet je dan in totaal betalen? Deze oefening (met eenvoudigere getallen) is beter begrijpbaar en legt ook veel beter het begrip eerstegraadsfunctie uit. Eventjes de wiskundige verklaring: uit het handboek y=1,5x+10 , en voor x=80 dan 1,5*80+10 =(rekenmachine zegt) 130 Mijn oefening y=x+10 , en voor x=10 dan 10+10 =20 ( zelf uitgerekend) In beide oefeningen heb je een eerstegraadsfunctie en pas je dezelfde formule toe, maar het is duidelijk dan in mijn oefeningen alles veel duidelijker is en bovendien kan berekend worden zonder rekenmachine, zodat een leerling kan zeggen : ik kan het zelf want ik heb alles zelf gedaan. Daarom: als je hulp zoekt met duidelijke en verstaanbare uitleg, met basisoefeningen en uitgebreide oefeningen, met oplossing en uitwerking www.jozefaertswiskunde.be en als je iemand kent die het moeilijk heeft met wiskunde (leerling, ouder, grootouder etc), stuur dan een copy van deze mail. of deel deze blog op je sociale media, zodat meer leerlingen en hun ouders kunnen gebruik maken van mijn oefenboeken

  • Verbeter je wiskunde met onze oefenboeken en versla slechte resultaten!

    Wiskunde is voor heel veel leerlingen een struikelblok op school. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat een groot deel van de leerlingen moeite heeft met wiskunde, wat leidt tot slechte resultaten. Dit kan frustrerend zijn en het zelfvertrouwen flink aantasten. Gelukkig zijn er effectieve manieren om deze problemen aan te pakken. Onze oefenboeken zijn speciaal ontwikkeld om leerlingen die wiskunde moeilijk vinden te helpen hun vaardigheden te verbeteren door extra, gerichte oefeningen aan te bieden. Waarom slechte wiskunde resultaten zo veel voorkomen Wiskunde is een vak dat vaak als abstract en complex wordt ervaren. Veel leerlingen worstelen met het begrijpen van de basisconcepten, wat zich vertaalt in lagere cijfers. Onderzoeken tonen aan dat: Ongeveer 40% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs onvoldoende scoort op wiskundetoetsen. Leerlingen die moeite hebben met basisvaardigheden zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, vaak achterlopen bij complexere onderwerpen. Gebrek aan oefening en onvoldoende ondersteuning thuis of op school bijdragen aan het probleem. Deze cijfers laten zien dat er een duidelijke behoefte is aan extra oefenmateriaal dat aansluit bij de behoeften van leerlingen die het lastig vinden. Hoe onze oefenboeken helpen Onze oefenboeken zijn ontworpen met één doel: het verbeteren van wiskundige vaardigheden door middel van gerichte en toegankelijke oefeningen. Ze zijn vooral geschikt voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. De boeken bieden: Stap-voor-stap uitleg van belangrijke wiskundige concepten, zodat leerlingen de theorie beter begrijpen. Veel oefenopgaven met verschillende moeilijkheidsgraden, zodat leerlingen op hun eigen tempo kunnen oefenen. Praktische voorbeelden die aansluiten bij de leefwereld van de leerling, waardoor de stof relevanter en begrijpelijker wordt. Tips en trucs om problemen op te lossen en het zelfvertrouwen te vergroten. Door regelmatig met deze oefenboeken te werken, kunnen leerlingen hun kennis opbouwen en hun resultaten verbeteren. Voor wie zijn deze oefenboeken geschikt? Onze oefenboeken richten zich vooral op leerlingen die: Wiskunde moeilijk vinden en daardoor achterlopen op school. Extra oefening nodig hebben naast de reguliere lessen. Hun basisvaardigheden willen versterken om beter voorbereid te zijn op toetsen. Zelfstandig willen oefenen, maar ook geschikt zijn voor gebruik onder begeleiding van ouders of docenten. Deze boeken zijn een waardevolle aanvulling voor iedereen die serieus aan de slag wil met het verbeteren van wiskundige vaardigheden. Praktische tips om wiskunde te verbeteren met oefenboeken Naast het gebruik van onze oefenboeken zijn er een aantal strategieën die leerlingen kunnen helpen om hun wiskundevaardigheden te verbeteren: Plan vaste oefentijd in : Regelmatig oefenen, bijvoorbeeld 20 tot 30 minuten per dag, helpt om de stof beter te onthouden. Begin met de basis : Zorg dat de fundamenten goed zitten voordat je doorgaat naar moeilijkere onderwerpen. Maak aantekeningen : Schrijf belangrijke formules en stappen op, zodat je ze makkelijk kunt terugvinden. Vraag om hulp : Als iets niet duidelijk is, vraag dan een leraar, ouder of tutor om uitleg. Blijf positief : Wiskunde kan lastig zijn, maar met doorzettingsvermogen en oefening worden resultaten beter. Voorbeeld van een oefening uit onze boeken Een voorbeeld van een oefening die je in onze boeken vindt, is het oplossen van vergelijkingen met één onbekende. Dit is een basisvaardigheid die veel leerlingen lastig vinden. Oefening: Los op: 3x + 5 = 20 Stap-voor-stap oplossing: Verplaats de 5 naar de andere kant en schrijf er een min bij ==> 3x = 20 - 5 Reken 20 - 5 uit ==> 3x = 15 Verplaats de de 3 naar de andere kant en maak er een deling van ==> x = 15/3 Reken 15/3 uit ==> x = 5 Antwoord V = {5} Door dit soort oefeningen regelmatig te maken, leer je niet alleen de methode, maar ook het logisch nadenken dat nodig is voor wiskunde. De impact van extra oefeningen op schoolprestaties Leerlingen die extra oefenen met onze boeken merken vaak dat ze: Meer vertrouwen krijgen in hun wiskundige vaardigheden. Minder stress ervaren bij toetsen. Betere cijfers halen op school. Meer plezier krijgen in het vak omdat ze het beter begrijpen. Deze positieve veranderingen dragen bij aan een betere schoolervaring en meer motivatie om door te gaan. Hoe start je met onze oefenboeken? Beginnen is eenvoudig. Kies het boek dat past bij het niveau en de behoeften van de leerling. Maak een planning en zorg voor een rustige plek om te oefenen. Combineer het oefenen met de tips die hierboven staan om het meeste uit de boeken te halen. Meer info op www.jozefaertswiskunde.be

Hier een overzicht van alle onderwerpen die worden behandeld in mijn oefenboeken (op 3/11/2025)


II. Berekeningen met getallen 22
A. Algemene berekeningen 22
1. Optellen van getallen 22
2. Aftrekken van getallen 25
3. Vermenigvuldigen van getallen 27
4. Delen van getallen 31
5. Afronden van getallen 35
6. Onderdelen van een getal 37
7. Omgekeerde en tegengestelde van een getal 40
8. Deelbaarheid door 2, 4, 5, 10, 100, 3, 6 en 9 42
9. Uitwerken haakjes (distributiviteit) 45
10. Volgorde van bewerkingen 48
11. Volgorde van bewerkingen: uitgewerkte oefeningen 50
12. Wetenschappelijke schrijfwijze 51
13. Omvormen formules 53
14. Omvormen van formules: uitgewerkte oefeningen 54
15. Overzichtsoefeningen algemene berekeningen 55
B. Breuken 56
1. Soorten breuken 56
2. Breuken afleiden uit figuren 57
3. Onechte breuken schrijven als gemengd getal 58
4. Gemengd getal schrijven als een onechte breuk 59
5. Breuken vereenvoudigen 60
6. Breuken op gelijknamige noemer brengen 61
7. Optellen en aftrekken van breuken: basis 62
8. Optellen en aftrekken van breuken: eerst vereenvoudigen 63
9. Overzichtsoefeningen optellen en aftrekken breuken 64
10. Breuken vermenigvuldigen: basis 65
11. Breuken vermenigvuldigen: eerst vereenvoudigen 66
12. Breuken delen: basis 67
13. Breuken delen: eerst vereenvoudigen 68
14. Overzichtsoefeningen vermenigvuldiging en delen breuken 69
15. Breuken van getallen 70
16. Breuken en percentages 71
17. Overzichtsoefeningen breuken 72
18. Breuken: uitgewerkte oefeningen 73
C. Machten 74
1. Machten van gehele positieve getallen 74
2. Machten van negatieve gehele getallen 75
3. Machten van rationale getallen 76
4. Producten van machten 77
5. Delen van machten 78
6. Machten van machten 79
7. Machten met negatieve exponenten 80
8. Machten van kommagetallen 81
9. Machten van producten 82
10. Machten van quotienten 83
11. Gecombineerde oefening met machten 84
12. Machten met parameters 85
13. Overzichtsoefeningen machten 86
14. Machten: uitgewerkte oefeningen 87
D. Vierkantswortels en wortels 88
1. Vierkantswortels van gehele getallen 88
2. Vierkantswortels van rationale getallen 89
3. Vierkantswortels van kommagetallen 90
4. Vereenvoudigen van vierkantswortels 91
5. Optellen van vierkantswortels 92
6. Vermenigvuldigen vierkantswortels 93
7. Delen van vierkantswortels 94
8. Vereenvoudigen machten  vierkantswortels 95
9. Vereenvoudigen vierkantswortels met letters 96
10. N de machtwortels 97
11. Merkwaardige producten bij vierkantswortels 99
12. Noemers wortelvrij maken 101
13. Overzichtsoefeningen vierkantswortels 104
III. Bewerkingen met getallen 105
A. Algemene bewerkingen 105
1. Symbolen in wiskunde 105
2. Getallenverzameling 106
3. Decimale getallen omzetten in breuken 107
4. Breuken omzetten in decimale getallen 108
5. Decimale getallen op de getallenas 109
6. Orde bij getallen 110
7. Irrationale getallen op de getallenas 111
8. Getalwaarde eentermen veeltermen 113
9. Optellen eentermen en veeltermen 114
10. Vermenigvuldigen een- en veeltermen 116
11. Eigenschappen optelling vermenigvuldiging 118
12. Overzichtsoefeningen algemene bewerkingen 119
B. Percentages 120
1. Van percentage naar getal 120
2. Van getallen naar percentage 121
3. Getal van percentage 122
4. Overzichtsoefeningen percentages 123
5. Percentages: uitgewerkte oefeningen 124
C. Merkwaardige producten 125
1. Merkwaardig product (a+b)2 125
2. Merkwaardig product (a-b)2 126
3. Merkwaardig product (a+b)(a-b) 127
4. Merkwaardige producten met hogere machten 128
5. Berekeningen met merkwaardige producten 129
6. Merkwaardige producten met parameters 130
7. Overzichtsoefeningen merkwaardige producten 131
8. Merkwaardige producten: uitgewerkte oefeningen 132
D. Ontbinden in factoren 133
1. Ontbinden in factoren door gemeenschappelijke factoren 133
2. Ontbinden in factoren door merkwaardig product 134
3. Ontbinden in factoren met hogere machten en parameters 135
4. Overzichtsoefeningen ontbinden in factoren 136
5. Ontbinden in factoren: uitgewerkte oefeningen 137
E. Intervallen 138
1. Open, gesloten en halfopen intervallen 138
2. Unie van intervallen 139
3. Doorsnede van intervallen 140
4. Verschil van intervallen 141
5. Overzichtsoefeningen intervallen 142
F. Grootste gemene deler en kleinst gemeen veelvoud 143
1. Grootste gemene deler 143
2. Kleinst gemeen veelvoud 144
3. Overzichtsoefeningen GGD en KGV 145
G. Evenredigheden 146
1. Oplossen van evenredigheden 146
2. Recht en omgekeerd evenredig: grafieken en tabellen 147
3. Middelevenredige van 2 getallen 148
4. 4de evenredige van 3 getallen 149
5. Overzichtsoefeningen evenredigheden 150
H. Vraagstukken met getallen 151
1. Vraagstukken regel van drie 151
2. Vraagstukken omgekeerd evenredig 152
3. Vraagstukken verhoudingen 153
4. Vraagstukken met percentages 154
5. Overzichtsoefeningen vraagstukken evenredigheden 155
I. Omzetten van maten (lengte, oppervlakte,..) 156
1. Lengtematen 156
2. Oppervlaktematen 157
3. Inhoudsmaten 158
4. Massa maten 159
5. Overzichtsoefeningen omzetten van maten 160
J. Tijd en temperatuur 161
1. Tijd (digitale en analoge klok) 161
2. Klok lezen (0 tot 12) omzetten in digitaal 162
3. Klok (0 tot 23) omzetten in digitaal 163
4. Verschil in tijd (met analoge klok) 164
5. Verschil in tijd (met digitale klok) 165
6. Temperatuurverschil berekenen 166
K. Romeinse Cijfers 167
1. Romeinse cijfers omzetten naar getallen 167
2. Getallen omzetten naar romeinse cijfers 168
L. Binair en hexadecimaal Rekenen 169
1. Van binair naar decimaal 169
IV. Eigenschappen van functies 170
A. Eigenschappen van functies 170
1. Definitie van een functie 170
2. Functievoorschrift, waardentabel en grafiek 171
3. Elementaire functies 172
4. Verschuivingen elementaire functies 173
B. Functies afleiden uit grafiek 174
1. Domein afleiden uit grafiek 174
2. Beeld of bereik afleiden uit grafiek 175
3. Nulpunten afleiden uit grafiek 176
4. Positieve waarden afleiden uit grafiek 177
5. Negatieve waarden afleiden uit grafiek 178
6. Maxima afleiden uit grafiek 179
7. Minima afleiden uit grafiek 180
8. Stijgen van functie afleiden uit grafiek 181
9. Dalen van functie afleiden uit grafiek 182
C. Bewerkingen met functies 183
1. Samengestelde functies 183
2. Inverse functies 184
D. Overzichtsoefeningen eigenschappen van functies 185
V. Lineaire functies en vergelijkingen 186
A. Lineaire vergelijkingen 186
1. Basis lineaire vergelijkingen 186
2. Lineaire vergelijkingen met meerdere x 187
3. Lineaire vergelijkingen met haakjes 188
4. Lineaire vergelijkingen met breuken 189
5. Overzichtsoefeningen lineaire vergelijkingen 190
6. Speciale lineaire vergelijkingen 192
7. Vergelijkingen met wortels en met π 193
8. Vergelijkingen met absolute waarden 194
9. Lineaire vergelijkingen met parameters 195
10. Overzichtsoefeningen speciale lineaire vergelijkingen 196
B. Opstellen lineaire functies 197
1. Opstellen lineaire functie uit tabel 197
2. Opstellen lineaire functie uit grafiek 198
3. Punten op grafiek van lineaire functie 199
C. Ongelijkheden van de 1 ste graad 200
1. Basis ongelijkheden van de eerste graad 200
2. Ongelijkheden met absolute waarden 201
D. Lineaire vergelijkingen: uitgewerkte oefeningen 202
E. Vraagstukken met lineaire functies en vergelijkingen 203
1. Zakgeld per maand 203
2. Op tijd naar school 204
3. Muziek aankopen 205
4. Zwemmen 206
5. Wiskundige formule opstellen 207
6. Wiskundige vergelijkingen opstellen 208
7. Zoeken naar een getal 209
8. Leeftijd nu en in de toekomst 210
9. Verdelen over groepen 211
10. Bezoek aan bioscoop, pretpark, boerderij 212
11. Geld verdelen 213
12. Overzichtsoefeningen vraagstukken 1 ste graad 214
F. Eigenschappen lineaire functies 216
1. Vorm van een lineaire functie 216
2. Nulpunt van een lineaire functie 217
3. Snijpunt met de Y as van een lineaire functie 218
4. Tekenverloop van een lineaire functie 219
5. Functieverloop van een lineaire functie 220
6. Bespreking lineaire functie 221
7. Overzichtsoefeningen bespreking lineaire functies 224
G. Overzichtsoefeningen lineaire functies 225
VI. Kwadratische functies en vergelijkingen 226
A. Vierkantsvergelijkingen 226
1. Onvolledige vierkantsvergelijkingen 226
2. Volledige vierkantsvergelijkingen 227
3. Vierkantsvergelijkingen niet in de basisvorm oplossen 231
4. Som en product van vierkantsvergelijkingen 232
5. Ontbinden in factoren van vierkantsvergelijkingen 233
6. Bikwadratische vergelijkingen 234
7. 2de Graad vergelijkingen met parameters 235
8. Overzichtsoefening kwadratische vergelijkingen 236
9. Kwadratische vergelijkingen: uitgewerkte oefeningen 237
B. Grafieken van kwadratische functies 238
1. Symmetrie as en top van kwadratische functies 238
2. Grafieken tekenen van basis kwadratische functies 239
3. Grafieken van algemene kwadratische functies 242
4. Onderdelen van kwadratische functies 245
5. Van grafiek naar kwadratische functie 246
6. Snijden van parabolen en rechten 247
C. Ongelijkheden van de 2de graad 248
D. Vraagstukken kwadratische functies en vergelijkingen 249
1. Som en product van 2 getallen 249
2. Oppervlakte rechthoeken 250
3. Verdeling tenten op kamp, koekjes in dozen 251
4. Vraagstukken kwadratische functies 252
E. Extremum vraagstukken met kwadratische functies 253
1. Kwadraten en producten van getallen 253
2. Omheining om rechthoekig terrein 254
3. Rechthoek verdeeld in gelijke delen 255
4. Rechthoek in een vierkant 256
5. Stadion met atletiekpiste 257
6. Maken van een goot 258
7. Maximale winst 259
8. Rechthoek in gelijkbenige driehoek 260
F. Overzichtsoefeningen Kwadratische Functies 261
VII. Veeltermfuncties 262
A. Graad van veeltermen 262
B. Euclidische deling 263
C. Regel van Horner: functiewaarden 264
D. Regel van Horner: nulwaarden 265
E. Ontbinden in factoren van veeltermen 266
1. Veeltermen derde graad ontbinden met 3 nulpunten 266
2. Veeltermen derde graad ontbinden met 2 nulpunten 267
3. Veeltermen derde graad  ontbinden met 1 nulpunt 268
4. Ontbinden hogere graadsfuncties 269
5. Overzichtsoefeningen ontbinden veeltermen 270
F. Ongelijkheden van veeltermfuncties 271
G. Tekenverloop en grafieken van veeltermfuncties 273
1. Tekenverloop van 3de graadsfunctie met 3 nulpunten 273
2. Tekenverloop van 3de graadsfunctie met 2 nulpunten 274
H. Vergelijkingen en ongelijkheden van veeltermen grafisch oplossen (GRM, Geogebra,..) 275
I. Vraagstukken met veeltermfuncties 276
J. Overzichtsoefeningen veeltermfuncties 277
K. Veeltermfuncties: uitgewerkte oefeningen 278
VIII. Rationale functies 279
A. Rationale Vergelijkingen 279
B. Rationale ongelijkheden 281
C. Partieelbreuken 282
D. Domein van rationale functies 283
E. Asymptoten bij rationale functies 284
1. Verticale asymptoten 284
2. Perforaties of openingen 285
3. Horizontale asymptoten 286
4. Schuine asymptoten 287
F. Homografische functies 289
1. Eigenschappen van homografische functies 289
2. Homografische functies omvormen naar basisvorm 290
G. Bespreking rationale Functies 291
H. Overzichtsoefeningen rationale functies 295
I. Rationale functies: uitgewerkte oefeningen 296
IX. Irrationale functies 297
A. Machten en wortels 297
1. N de machtswortels van gehele getallen 297
2. Vereenvoudigen van N de machtswortels 298
3. Verband machten en wortels 299
4. Vereenvoudigen N-de machtswortels 300
5. Vermenigvuldigen en delen van machten en wortels 301
6. Overzichtsoefeningen machten en wortels 302
B. Irrationale vergelijkingen 303
C. Domein van irrationale functies 304
1. Domein van irrationale functie met wortel van veelterm 304
2. Domein van irrationale functie met wortel van rationale functie 305
D. Grafieken van Irrationale functies 306
E. Overzichtsoefeningen irrationale functies 307
F. Irrationale functies: uitgewerkte oefeningen 308
X. Exponentiele functies 309
A. Toenamefactor exponentiele functie 309
1. Toenamefactor via percentage 309
2. Toenamefactor berekenen uit twee waarden 310
B. Exponentiele functies 311
1. Opstellen exponentiele functie 311
2. Van grafiek naar exponentiele functie fx=b.ax 312
3. Van grafiek naar exponentiele functie fx=b.ax+c 313
4. Exponentiele functies fx=b.ax uit 2 gegeven punten 314
5. Exponentiele functies omzetten naar ex 315
C. Exponentiele vergelijkingen 316
1. Omvormen exponentiele vergelijkingen naar basisvorm 316
2. Verdubbeling en halvering bij exponentiele functies 317
3. Exponentiele vergelijkingen ( zelfde grondgetal ) 318
4. Exponentiele vergelijkingen (met verschillend grondgetal) 319
5. Exponentiele ongelijkheden 320
D. Vraagstukken Exponentiele functie 321
1. Met gegeven toename percentage 321
2. Toename percentage te berekenen 322
E. Overzichtsoefeningen exponentiele functies 324
XI. Logaritmen 325
A. Logaritmische functies 325
B. Rekenen met logaritmen 326
1. Logaritmische Getallen 326
2. Logaritme van een product 327
3. Logaritme van een quotient 328
4. Logaritme van een macht 329
5. Logaritme van som en verschil 330
6. Logaritme met breuk als grondgetal 331
7. Logaritme met omwisseling grondgetal 332
8. Logaritmen met wortels 333
9. Overzichtsoefeningen logaritmen berekeningen 334
C. Verbanden tussen ln(x) en ex 336
D. Logaritmische vergelijkingen 337
E. Logaritmische ongelijkheden 338
F. dB = Decibel 339
G. Overzichtsoefeningen logaritmen 340
H. Exponenten en logaritmen: uitgewerkte oefeningen 341
XII. Limieten 342
A. Limieten afleiden uit een grafiek 342
B. Limieten van veeltermfuncties 343
C. Limieten van rationale functies 344
1. Limieten van rationale functies naar ∞ 344
2. Limieten van rationale functies naar a 345
D. Limieten van irrationale Functies 346
1. Limieten van irrationale functies naar ∞ 346
2. Limieten van Irrationale functies naar a 347
E. Limieten van goni0ometrische functies 349
F. Limieten van expone0ntiele en logaritmische functies 350
G. Limieten die leiden naar ex 351
H. Limieten: Uitgewerkte oefeningen 352
I. Overzichtsoefeningen limieten 353
XIII. Afgeleiden 354
A. Differentiequotienten 354
1. DifferentieQuotiënt met functievoorschrift 354
2. Differentiequotient met waardentabel 355
3. Differentiequotient met grafiek 356
B. Basis afgeleiden 357
1. Afgeleiden van veeltermfuncties 357
2. Afgeleiden van goniometrische functies 358
3. Afgeleiden van exponentiele functies 359
4. Afgeleiden van logaritmische functies 360
5. Afgeleiden van wortelfuncties of irrationale functies 361
C. Berekeningen met afgeleiden 362
1. Productregel bij afgeleiden 362
2. Quotientregel bij afgeleiden 363
3. Afgeleiden met kettingregel 364
4. Afgeleide in een punt 365
D. Overzichtsoefeningen afgeleiden 366
E. Afgeleiden: uitgewerkte oefeningen 367
F. Extrema met afgeleiden 368
1. Maxima /minima van veeltermfuncties 368
2. Maxima en minima rationale functies 369
3. Stijgen en dalen van veeltermfuncties 370
4. Verloop van functies: uitgewerkte oefeningen 371
G. Raaklijnen 372
1. Raaklijnen aan veeltermfuncties 372
2. Raaklijnen aan goniometrische functies 373
3. Raaklijnen aan exponentiele functies 374
4. Raaklijnen evenwijdig aan een rechte 375
5. Raaklijnen: uitgewerkte oefeningen 376
H. Overzichtsoefeningen extrema en raaklijnen 377
I. Hogere afgeleiden 378
J. Buigpunten van een functie 379
K. Bol en hol / convex en concaaf 380
L. Vraagstukken met afgeleiden 381
1. Verplaatsing, snelheid en versnelling 381
M. Extremum vraagstukken met afgeleiden 382
1. Kwadraten en producten van getallen 382
2. Omheining om rechthoekig terrein 383
3. Rechthoek verdeeld in gelijke delen 384
4. Rechthoek in een vierkant 385
5. Stadion met atletiekpiste 386
6. Maken van een goot 387
7. Maximale winst 388
8. Rechthoek in gelijkbenige driehoek 389
9. Volume cilinder 390
10. Doos maken uit vierkant stuk karton 391
11. Lint om doos 392
12. Rechthoek wentelen om zijde 393
13. Balk met omtrek 394
XIV. Integralen 395
A. Onbepaalde integralen veeltermfuncties 395
B. Bepaalde integralen van veeltermen 396
C. Partiele integratie 398
D. Integralen met substitutie 399
E. Integralen met Homografische Functies 400
F. Integralen met partieelbreuken 401
G. Integralen met merkwaardige producten 402
H. Overzichtsoefeningen integralen deel 1 403
I. Integralen: uitgewerkte oefeningen 404
J. Integralen van goniometrische functies 405
1. Integralen met machten van sinus en cosinus 405
2. Integralen met machten van tangens en cotangens 406
3. Integralen met formule van Simpson 407
4. Integralen die leiden naar cyclometrische functies 408
K. Integralen van wortelfuncties 409
1. Integralen met x2-a2 409
2. Integralen met x2+a2 410
3. Integralen met a2-x2 411
4. Integralen met 1ax2+bx+c 412
L. Integralen van parameterfuncties 413
M. Overzichtsoefeningen integralen deel 2 414
N. Oppervlakten met integralen 415
O. Inhoud van omwentelingslichamen 416
P. Booglengtes 417
Q. Vraagstukken met integralen 418
XV. Rijen en reeksen 419
A. Formules van meetkundige en rekenkundige rijen 419
1. Recursieve formule van een rekenkundige rij 419
2. Directe of expliciete formules van rekenkundige rijen 420
3. Recursieve formules van meetkundige rijen 421
4. Directe of expliciete formules .van meetkundige rijen 422
B. Overzichtsoefeningen formules rijen 423
C. Som van rekenkundige en meetkundige rijen 424
1. Som van rekenkundige rijen 424
2. Som van meetkundi.ge rijen 425
3. Oneindige som bij Meetkundige Rijen (met -1 < q < 1 ) 426
D. Overzichtsoefeningen som .van rijen 427
E. Rekenkundige en meetkundige rijen: oefeningen 428
1. Oefeningen Rekenkundige Rijen 428
2. Oefeningen meetkundige rijen 429
F. Overzichtsoefeningen  rekenkundige en meetkundige rijen 430
G. Limiet van convergentie rijen 431
H. uitgewerkte oe0feningen met rijen 432
XVI. Complexe getallen 433
A. Goniometrische vorm complexe getallen 433
B. Optellen van complexe getallen 434
C. Vermenigvuldigen van complexe getallen 435
D. Vierkantswortels van complexe getallen 436
E. Machten van complexe getallen 437
F. Overzichtsoefeningen complexe getallen 438
G. Uitgewerkte oefeningen met complexe getallen 439
XVII. Statistiek 440
A. Enkelvoudige gegevens 440
1. Soorten variabelen bij statistiek 440
2. Soorten diagrammen bij statistiek 441
3. Gegevens afleiden uit een diagram 442
4. Gemiddelde van een aantal getallen 443
5. Mediaan van een aantal getallen 444
6. Modus van een aantal getallen 445
7. Spreidingsbreedte van een aantal getallen 446
8. Staafdiagram 447
9. Dotplot 448
10. Frequentietabel 449
B. Gegroepeerde gegevens 450
1. Opstellen enkelvoudige frequentietabel 450
2. Centrummaten met enkelvoudige frequentietabel 451
3. Opstellen gegroepeerde frequentietabel 452
4. Centrummaten met gegroepeerde frequentietabel 453
C. Spreidingsdiagrammen of puntenwolken 454
1. Spreidingsdiagram of puntenwolk 454
2. Lineaire trendlijn of lineaire regressie 455
D. Overzichtsoefeningen statistiek 456
XVIII. Telproblemen en combinatieleer 457
A. Verzamelingen opsommen 457
B. Tellen met een Venn diagram 458
C. Tellen met boomdiagram 459
D. Product, som en complement regel 460
E. Combinaties 461
F. Variaties 462
G. Herhalingsvariaties 463
H. Permutaties 464
I. Overzichtsoefeningen combinatieleer 465
XIX. Kanstheorie 466
A. Formule van Laplace 466
B. Relatieve frequenties als kansen 467
C. Kansbomen 469
1. Kansboom met teruglegging 469
2. Kansboom zonder teruglegging 470
D. Voorwaardelijke kansen 471
E. Regel van Bayes 472
F. Kansverdelingen 473
1. Uniforme verdelingen 473
2. Binomiaalverdelingen 474
3. Geometrische verdelingen 475
4. Poisson verdelingen 476
5. Normaalverdelingen 477
6. Overzichtsoefeningen kansverdelingen 481
G. Steekproefgemiddelden 482
H. Betrouwbaarheidsintervallen 483
1. Betrouwbaarheidsintervallen 95%  ( van proporties ) 483
2. Betrouwbaarheidsintervallen 95% (van gemiddelden) 484
3. Steekproefomvang berekenen 485
4. Verdeling van steekproefgemiddelden 486
I. Toetsen van hypothesen ( nul en alternatief ) 487
1. Toetsen van hypothesen (nul en alternatief) met steekproeven (5% Regel ) 487
2. Toetsen van hypothesen (nul en alternatief) met normaalverdelingen 488
J. Kanstheorie: uitgewerkte oefeningen 489
XX. Beschrijvende meetkunde 490
A. Meetkundige begrippen 490
1. Punt, rechte, halfrechte en lijnstuk 490
2. Element van en deel van bij rechten 491
3. Soorten hoeken 492
4. Graden (van hoeken):  DMS en decimaal 493
5. Snijden, loodrecht of evenwijdig in vlakke figuren 494
6. Tekenen van meetkundige constructies (met passer) 495
7. Vlakke figuren herkennen 496
8. Driehoeken 497
9. Veelhoeken 504
10. Cirkel 506
11. Overzichtsoefeningen algemene begrippen in meetkunde 509
B. Stelling van Pythagoras 510
1. Stelling van Pythagoras: Schuine zijde 510
2. Stelling van Pythagoras: Rechthoekszijde 511
3. Stelling van Pythagoras: gemengde oefeningen 512
4. Metrische betrekkingen in een rechthoekige driehoek 513
5. Stelling van Pythagoras in de ruimte 514
6. Vraagstukken stelling van Pythagoras 515
7. Overzichtsoefeningen Stelling van Pythagoras 516
C. Congruentie van driehoeken 517
D. Schaal 519
E. Vlakke Figuren 520
1. Omtrek en oppervlakte van vlakke figuren 520
2. Omtrek en oppervlakte van vlakke figuren: met tekeningen 527
3. Omtrek en oppervlakte bij cirkel onderdelen 528
4. Overzichtsoefeningen vlakke figuren 531
F. Ruimtelichamen 532
1. Soorten ruimtelichamen 532
2. Ontwikkeling van een kubus 533
3. Ontwikkeling balk: verbind de ontwikkeling met de juiste balk 534
4. Loodrechte stand, evenwijdige rechten en kruisende rechten in de ruimte 535
5. Oppervlakte en inhoud van ruimtelichamen 536
6. Overzichtsoefeningen inhoud en oppervlakte van ruimtefiguren 541
G. Verschuivingen , spiegelingen en rotaties 543
1. Spiegeling, rotatie en verschuiving met echte beelden 543
2. Verschuivingen 544
3. Spiegelingen 546
4. Rotaties 548
5. Puntspiegelingen 550
6. Overzichtsoefeningen spiegelingen, rotaties en verschuivingen 552
7. Behoud van eigenschappen bij transformaties 553
8. Transformaties van het vlak met coördinaten 554
H. Evenwijdige rechten en hun snijlijn 563
1. Soorten hoeken bij evenwijdige rechten en snijlijn 563
2. Waarden  hoeken bij evenwijdige rechten en snijlijn 564
3. Overzichtsoefeningen evenwijdige rechten en snijlijn 565
I. Gelijkvormigheid 566
1. Gelijkvormigheidskenmerken 566
2. Gelijkvormigheidsfactor 567
3. Oplossen van gelijkvormige driehoeken 568
4. Omtrek, oppervlakte en inhoud bij gelijkvormigheid 569
5. Bewijzen en oplossen van gelijkvormige driehoeken 570
J. Evenwijdige en loodrechte projectie 571
1. Evenwijdige Projectie 571
2. Loodrechte projectie 573
K. Stelling van Thales 575
1. Evenwijdige projectie 575
2. Stelling van Thales : 3 evenwijdige rechten` 576
3. Stelling van Thales: twee evenwijdige rechten en driehoek 577
4. Stelling Van Thales: snijpunt tussen evenwijdige rechten 578
5. Overzichtsoefeningen stelling van Thales 579
XXI. Goniometrie 580
A. Rechthoekige driehoek 580
1. Sinus, cosinus en tangens 580
2. Cosinus berekenen als sinus gegeven is 581
3. Rechthoekige driehoeken oplossen 582
4. Vraagstukken goniometrie in rechthoekige driehoek 583
5. Overzichtsoefeningen rechthoekige driehoek 584
B. Goniometrische cirkel 585
1. Goniometrische cirkel (cosinus, sinus, tangens, cotangens, kwadranten) 585
2. Teken van sinus, cosinus en tangens in verschillende kwadranten 586
C. Graden en radialen 587
1. Van graden naar radialen 587
2. Van radialen naar graden 588
D. Hoofdwaarden 589
1. Hoofdwaarden ( in graden ) 589
2. Hoofdwaarden ( in radialen ) 590
3. Hoeken naar kwadrant 591
4. Teken van cosinus, sinus, tangens en cotangens 592
5. Overzichtsoefeningen hoofdwaarden 593
E. Verwante hoeken ( in graden ) 594
1. Supplementaire hoeken ( in graden ) 594
2. Antisupplementaire hoeken ( graden ) 595
3. Tegengestelde hoeken (in graden) 596
4. Complementaire hoeken ( in graden ) 597
F. Verwante hoeken ( in radialen ) 598
1. Supplementaire hoeken (in radialen) 598
2. Antisupplementaire hoeken (radialen) 599
3. Tegengestelde hoeken ( in radialen ) 600
4. Complementaire hoeken ( in radialen ) 601
5. Overzichtsoefeningen verwante hoeken 602
G. Omvormen naar 1 ste kwadrant 603
1. Vorm om naar hoek in eerste kwadrant ( in graden ) 603
2. Vorm om naar hoek in eerste kwadrant ( radialen) 604
3. Bereken de waarden (graden en zonder gebruik van GRM ) 605
4. Bereken de waarden (in radialen zonder gebruik van GRM ) 606
5. Vereenvoudig goniometrische waarden ( in graden) 607
6. Vereenvoudig verwante hoeken ( met graden ) 608
7. Overzichtsoefeningen verwante hoeken 609
H. Goniometrische formules 610
1. Hoofdformule sin2α+ cos2α = 1 (Basisoefeningen) 610
2. Goniometrische gelijkheden, met formule voor Tangens 611
3. Goniometrische gelijkheden, met hoofdformule 612
4. Som en verschil formule 613
5. Goniometrische gelijkheden, met Som/Verschil Formule en Verdubbelingsformule 614
6. Formules van Simpson 615
7. Overzichtsoefeningen goniometrische formules 616
I. Sinus en cosinus regel 617
1. Vraagstukken goniometrie : cosinus en sinusregel 618
J. Goniometrische vergelijkingen 619
1. Goniometrische vergelijkingen (basis, in radialen) 619
2. Goniometrische vergelijkingen ( basis,  in graden ) 620
3. Goniometrische vergelijkingen (periodeaanpassing, in radialen) 621
4. Goniometrische vergelijkingen periodeaanpassing, graden 622
5. Goniometrische vergelijkingen: uitgewerkte oefeningen 623
6. Overzichtsoefeningen goniometrische vergelijkingen 624
K. Algemene sinus functie 625
1. Amplitude, evenwichtslijn, periode en faseverschil 625
2. Sinus functie met positieve amplitude en periode 626
3. Sinusfunctie opstellen uit amplitude, evenwichtslijn, periode en faseverschil 627
4. Sinusfunctie opstellen uit grafiek 628
5. Sinusfunctie opstellen met maximum en minimum 629
L. Cyclometrische functies 630
1. Cyclometrische vergelijkingen 630
2. Eigenschappen van cyclometrische functies 631
M. Hyperbolische functies 632
XXII. Analytische vlakke meetkunde 633
A. Coordinaten van een punt 633
B. Vectoren in het vlak 634
1. Som van vectoren ( tekenen ) 634
2. Gelijkheid van Chasles-Möbius 635
3. Bewerkingen vectoren ( eigenschappen ) 636
4. Coordinaten van een vector 637
5. Vectoren vermenigvuldigen met een getal 638
6. Vectoren optellen ( met coordinaten ) 639
7. Scalair product van 2 vectoren 640
8. Norm van een vector 641
9. Overzichtsoefeningen met vectoren 642
C. Vergelijkingen van rechten 643
1. Berekenen richtingsCoefficient via 2 punten 643
2. Berekenen richtingsCoefficient via rechte 644
3. Rechte door punt en gegeven rico 645
4. Rechte door punt en evenwijdig met andere rechte 646
5. Rechte door 2 punten 647
6. Asvergelijking van een rechte 648
7. Loodlijn uit een punt op een rechte 649
8. Hoek tussen 2 vectoren (In een vlak) 650
9. Overzichtsoefeningen vergelijkingen van rechten 651
D. Afstanden en midden 652
1. Afstand tussen 2 punten 652
2. Midden van 2 punten 653
3. Afstand tussen punt en rechte 654
4. Afstand tussen 2 rechten in het vlak 655
5. Overzichtsoefeningen midden en afstanden 656
E. Vergelijkingen van cirkels 657
1. Van middelpunt en straal naar vergelijking 657
2. Van vergelijking naar middelpunt en straal 658
3. Raaklijnen aan cirkel 659
4. Overzichtsoefeningen Vergelijkingen van Cirkels 660
F. Kegelsneden (Cirkel, Ellips, Parabool en Hyperbool) 661
1. Cirkel 661
2. Ellips 662
3. Parabool 664
4. Hyperbool 668
XXIII. Analytische Ruimtemeetkunde 671
A. Vectoren in de ruimte 671
1. Vectoren (in de ruimte) vermenigvuldigen met een getal 671
2. Scalair product van 2 vectoren 672
3. Norm van een vector (in de ruimte) 673
B. Vergelijkingen van vlakken en rechten 674
1. Vergelijking van vlakken 674
2. Vergelijkingen van rechten in de ruimte 675
3. Richtingsvector van een rechte (Ruimtemeetkunde) 676
4. Overzichtsoefeningen vergelijkingen rechten en vlakken 677
C. Loodrechte stand in de ruimte 678
1. Normaalvector van een vlak 678
2. Loodlijn uit punt op een vlak 679
3. Loodvlak door een punt op een rechte 680
4. Overzichtsoefeningen loodrechte stand in de ruimte 681
D. Hoek tussen rechten en vlakken 682
1. Hoek tussen 2 rechten 682
2. Hoek tussen 2 vlakken 683
3. Hoek tussen rechte en vlak 684
E. Snijden van rechten en vlakken in de ruimte 685
1. Snijden van rechte en vlak 685
2. Snijden van twee rechten in de ruimte 686
F. Afstanden in de ruimte 687
1. Afstand tussen 2 punten in de ruimte 687
2. Afstand van punt tot vlak 688
3. Afstand van een rechte tot een vlak 689
4. Afstand tussen 2 vlakken 690
XXIV. Stelsels  2 onbekenden en 2 vergelijkingen 691
A. Stelsels met gelijkstellingsmethode 691
B. Stelsels met substitutiemethode 692
C. Stelsels met combinatiemethode 693
D. Stelsels met grafieken 694
E. Speciale stelsels ( geen of oneindig veel oplossingen) 695
F. Overzichtsoefeningen: oplossen van stelsels 696
G. Stelsels met parameters 697
H. Stelsels: uitgewerkte oefeningen 698
XXV. Matrix rekenen 699
A. Optellen van matrix 699
B. Vermenigvuldigen van matrix 700
C. Stelsels oplossen met methode van Gauss Jordan 701
D. Vraagstukken met matrix 703
1. Prijs van appels en peren 703
2. Omzet van een winkel 704
3. Overgangsmatrix 705
4. Lesliematrix 706
E. Uitgewerkte oefeningen op matrix 707
XXVI. Determinanten 708
A. Determinanten van 2x2 Matrix 708
B. Determinanten van 3x3 Matrix 709
C. Determinant Vandermonde 710
D. Inverse matrix 711
E. Eigenwaarden en eigenvectoren 712
1. Eigenwaarden van een matrix 712
2. Eigenvectoren 713
F. Overzichtsoefeningen Determinanten 714
XXVII. Verzamelingen 715
A. Element van en deel van 715
B. Unie van verzamelingen 716
C. Doorsnede van verzamelingen 717
D. Verschil van verzamelingen 718
E. Overzichtsoefeningen verzamelingen 719
XXVIII. Groepen en vectorruimten 720
a. Caley Tabellen bij groepen 720
i. Cayley tabellen met cijfers 720
ii. Cayley tabellen met letters 721
iii. Cayley tabellen van een Klein Groep 722
b. Voorbeelden van vectorruimten 723
c. Lineaire onafhankelijke vectoren 724
d. Dimensie van deelvectorruimten 725
e. Basis van vectorruimten 726
f. Coordinaten bij verandering van basis 727
XXIX. Logica 728
A. Waarheidstabellen 728
B. Bewijzen van basis tautologieën in logica 729
C. Bewijzen van complexe tautologieën in logica 730
D. Uitvoer van logische poorten 731
E. Logica  omzetten in logische poorten 732
F. Booleaanse algebra 733
XXX. Grafentheorie 734
A. Knopen en zijden in een graaf 734
B. Afstanden in een graaf 735
C. Diameter van een graaf 736
D. Graad van een knoop in een graaf 737
E. Som van graden  van een graaf 738
F. Eulerspoor-wandeling en Eulercircuit-cykel 739
G. Overzichtsoefeningen grafentheorie 740
XXXI. Poolcoordinaten 741
A. Van poolcoordinaat naar cartesische coordinaat 741
B. Van cartesische coordinaat naar poolcoordinaat 742
C. Van cartesische vergelijking naar poolvergelijking 743
D. Van poolvergelijking naar cartesische vergelijking 744
E. Parametervergelijkingen van cirkel en ellips 745
XXXII. Financiele algebra 746
A. Sparen met enkelvoudig interest 746
1. Rente bij sparen met enkelvoudig interest omvormen 746
2. Eindkapitaal bij sparen met enkelvoudig interest 747
3. Beginkapitaal bij sparen met enkelvoudig interest 749
4. Looptijd bij sparen met enkelvoudig interest 751
5. Rente bij sparen met enkelvoudig interest 753
6. Overzichtsoefeningen sparen met enkelvoudig interest 755
B. Samengesteld Interest 757
1. Rente bij samengesteld interest omvormen 757
2. Eindkapitaal bij sparen met samengesteld interest 758
3. Beginkapitaal bij sparen met samengesteld interest 760
4. Looptijd bij sparen met samengesteld interest 762
5. Rente bij sparen met samengesteld interest 764
6. Overzichtsoefeningen bij sparen met samengesteld interest 766
C. Overzichtsoefeningen bij sparen met annuïteiten 768
D. Lenen met vast termijnbedrag ( met TI84) 769
E. Aflossingsgtabellen bij verschillende leenvormen 770
1. Aflossingstabel bij lenen met vast termijnbedrag 770
F. Aflossingstabel bij lenen met vast kapitaalbedrag 771
G. Aflossingstabel bij lenen met eenmalige aflossing 772
H. Overzichtsoefeningen financiele algebra 773

© 2024 by Jozef Aerts. 

bottom of page