Wiskunde oefeningen voor iedereen, ook (en zeker) voor de zwakkere leerlingen.
- Jozef Aerts Wiskunde
- 2 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen
De gebruikte wiskunde handboeken in de scholen zijn voornamelijk ontworpen voor leerkrachten en niet zozeer voor de leerlingen. Er wordt geen of weinig rekening mee gehouden dat niet iedereen talent heeft voor wiskunde. Als gevolg daarvan zijn in deze handboeken de gebruikte voorbeelden dikwijls veel te complex voor heel veel leerlingen. Ook zijn er in deze handboeken veel te weinig basisoefeningen beschikbaar, zeker voor de zwakke leerlingen. Bovendien is het meestal erg lastig om de antwoorden te vinden van de oefening. Om kort te zijn: er wordt weinig of geen rekening gehouden met zwakkere leerlingen, die dikwijls de meerderheid vormen.
Mijn oefenboeken hebben deze nadelen niet. Mijn oefeningen lopen stapsgewijs op van basis naar uitgebreid, in de bijgevoegde videoās worden de oefening uitgelegd met een eenvoudig voorbeeld, dat voor iedereen verstaanbaar is. En de oplossingen en uitwerkingen van alle oefeningen zijn onmiddellijk beschikbaar. Hier een voorbeeld uit mijn oefenboeken, met als onderwerp bewerkingen met breuken.
Eerst vind je voldoende basisoefeningen (hier voor optellen)

En op het einde van het hoofdstuk, nadat elke soort bewerking is uitgelegd met basisoefeningen, een aantal gemengde en uitgebreide oefeningen.

Als ander voorbeeld:
in een handboek wiskunde is dit de eerste oefening op een eerste graadsfunctie:
Voor het huren van een lokaal wordt 10 euro gevraagd en voor een frisdrank moet je 1,5 euro betalen. Als je 80 deelnemers hebt en ieder neemt een frisdrank, hoeveel moet je dan in totaal betalen?
Dit is dus de eerste oefening bij eerste graadsfunctie. Geloof mij, in de meeste klassen zullen de meeste leerlingen zuchten en zeggen: ik snap er niets van! waarom is wiskunde toch zo moeilijk?
Als je deze oefening zo zou opstellen (zoals dat zou voorkomen in mijn oefenboeken)
Voor het huren van een lokaal wordt 10 euro gevraagd en voor een frisdrank moet je 1 euro betalen. Als je 10 deelnemers hebt en ieder neemt een frisdrank, hoeveel moet je dan in totaal betalen?
Deze oefening (met eenvoudigere getallen) is beter begrijpbaar en legt ook veel beter het begrip eerstegraadsfunctie uit.
Eventjes de wiskundige verklaring:
uit het handboek y=1,5x+10 , en voor x=80 dan 1,5*80+10 =(rekenmachine zegt) 130
Mijn oefening y=x+10 , en voor x=10 dan 10+10 =20 ( zelf uitgerekend)
In beide oefeningen heb je een eerstegraadsfunctie en pas je dezelfde formule toe, maar het is duidelijk dan in mijn oefeningen alles veel duidelijker is en bovendien kan berekend worden zonder rekenmachine, zodat een leerling kan zeggen : ik kan het zelf want ik heb alles zelf gedaan.
Daarom: als je hulp zoekt met duidelijke en verstaanbare uitleg, met basisoefeningen en uitgebreide oefeningen, met oplossing en uitwerking www.jozefaertswiskunde.be
en als je iemand kent die het moeilijk heeft met wiskunde (leerling, ouder, grootouder etc), stuur dan een copy van deze mail.
of deel deze blog op je sociale media, zodat meer leerlingen en hun ouders kunnen gebruik maken van mijn oefenboeken


Opmerkingen