Snel optellen van breuken met 1
- Jozef Aerts Wiskunde
- 15 apr
- 1 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 25 apr
Als je breuken optelt met een geheel getal, als voorbeeld

Dan één van de mogelijke manieren is om een 1 onder het geheel getal te plaatsen

En dan zo de breuk uit te werken ( gelijknamig noemer enzovoort).
Dan krijg je

In sommige gevallen zijn er sneller methodes om een breuk met een geheel getal op te tellen, namelijk een breuk optellen met 1

In dit geval merk je dat we 1 optellen bij een breuk en dan de teller van de breuk gelijk is aan 1.
Dan is de noemer (van de som) gelijk aan de noemer van de breuk = 3
En de teller (van de som) is gelijk aan de som van de teller van de breuk en noemer van de breuk = 1 + 3 = 4

Ander voorbeeld

Ook met breuken waar de teller niet gelijk is aan 1, kun je dit toepassen

Hier tellen ook 1 op bij een breuk, maar de waarde van de teller is niet gelijk aan 1.
Noemer (van de som) is gelijk aan de noemer van de breuk = 3
Teller (van de som) is gelijk aan de som van de teller van de breuk en noemer van de breuk 2 + 3 = 5

Nog een voorbeeld :

meer uitleg en meer voorbeelden in https://www.youtube.com/watch?v=WxzdNdnuI7g
Bedankt om deze blog te lezen en tot de volgende blog met nog meer tips en tricks in wiskunde
mvg Jozef Aerts



Opmerkingen