Inhoud Oefenboek voor
Lagere School 5de en 6de leerjaar
Inhoudsopgave
I. Berekeningen met getallen. 7
3. Vermenigvuldigen van getallen. 11
6. Onderdelen van een getal 21
7. Omgekeerde en tegengestelde van een getal 24
8. Deelbaarheid door 2, 4, 5, 10, 100, 3, 6 en 9. 26
9. Vraagstukken berekeningen met getallen. 29
2. Breuken afleiden uit figuren. 31
3. Onechte breuken schrijven als gemengd getal 32
4. Gemengd getal schrijven als een onechte breuk. 33
6. Breuken op gelijknamige noemer brengen. 35
7. Optellen en aftrekken van breuken: basis. 36
8. Optellen en aftrekken van breuken: eerst vereenvoudigen. 37
9. Overzichtsoefeningen optellen en aftrekken breuken. 38
10. Breuken vermenigvuldigen: basis. 39
11. Breuken vermenigvuldigen: eerst vereenvoudigen. 40
13. Breuken delen: eerst vereenvoudigen. 42
14. Overzichtsoefeningen vermenigvuldiging en delen breuken. 43
16. Breuken en percentages. 45
17. Overzichtsoefeningen breuken. 46
18. Breuken: uitgewerkte oefeningen. 47
19. Vraagstukken optellen en aftrekken van breuken. 48
20. Vraagstukken vermenigvuldigen van breuken. 49
1. Van percentage naar getal 50
2. Van getallen naar percentage. 51
4. Overzichtsoefeningen percentages. 53
5. Percentages: uitgewerkte oefeningen. 54
6. Vraagstukken met percentages. 55
7. Vraagstukken met kortingen. 56
D. Grootste gemene deler en kleinst gemeen veelvoud. 57
2. Kleinst gemeen veelvoud. 58
3. Overzichtsoefeningen GGD en KGV. 59
4. Vraagstukken met het kleinste gemeen veelvoud. 60
E. Omzetten van maten (lengte, oppervlakte,..) 61
5. Overzichtsoefeningen omzetten van maten. 65
6. Vraagstukken grootheden en maten. 66
7. Vraagstukken omzetten van maten. 67
F. Rekenen met geld (in Euro) 68
1. Hoeveel geld heb je (in Euro muntstukken)?. 68
2. Hoeveel geld heb je (in briefjes)?. 69
3. Hoeveel geld heb je (muntstukken en briefjes)?. 70
4. Betalen in winkel met Euro muntstukken. 71
5. Betalen in winkel met Euro briefjes. 72
6. Betalen in winkel met Euro muntstukken en briefjes. 73
7. Betalen met in winkel met Euro geld (met afronden) 74
8. Terugkrijgen van Euro geld (na afronding) 75
1. Tijd (digitale en analoge klok) 76
2. Klok lezen (0 tot 12) omzetten in digitaal 77
3. Klok (0 tot 23) omzetten in digitaal 78
4. Verschil in tijd (met analoge klok) 79
5. Verschil in tijd (met digitale klok) 80
6. Temperatuurverschil berekenen. 81
1. Soorten variabelen bij statistiek. 82
2. Soorten diagrammen bij statistiek. 83
3. Gegevens afleiden uit een diagram.. 84
4. Gemiddelde van een aantal getallen. 85
5. Mediaan van een aantal getallen. 86
III. Beschrijvende meetkunde. 87
1. Punt, rechte, halfrechte en lijnstuk. 87
2. Element van en deel van bij rechten. 88
3. Vlakke figuren herkennen. 89
C. Omtrek en oppervlakte van vlakke figuren. 92
1. . 92
2. . 93
3. . 94
4. . 95
5. . 96
6. .. 97
7. .. 98
8. Omtrek en oppervlakte van vlakke figuren: met tekeningen. 99
9. Overzichtsoefeningen vlakke figuren. 100
1. Soorten ruimtelichamen. 101
2. Ontwikkeling van een kubus. 102
3. Loodrechte stand, evenwijdige en kruisende rechten in de ruimte. 103
4. Oppervlakte en inhoud van kubus. 104
5. Oppervlakte en inhoud van balk. 105
6. Oppervlakte en inhoud van cilinder. 106
7. Oppervlakte en inhoud van kegel 107
8. Oppervlakte en inhoud van bol 108
9. Overzichtsoefeningen inhoud en oppervlakte van ruimtefiguren. 109